Hoe we u hier al eeuwen graag zien genieten

Brasserie ziet u graag. En da’s niet zomaar. Dat komt van heel diep. We zijn van nu, maar gaan ook heel ver terug. Tot 1409 om precies te zijn. Met dank aan ridder Dirck de Roover.

 

Het was deze gulle Bosschenaar die op een mooi centrale plek zijn ‘kapitale huis’ liet bouwen. Niet alleen voor zichzelf, maar voor iedereen die hem lief was. En dat waren er nogal wat.

 

De Leeuwenborgh, zoals Dirck zijn stadskasteel doopte, had beter De Zoete Inval kunnen heten. Zo’n beetje heel ’s-Hertogenbosch kwam hier over de vloer. Samen het leven vieren. Goed etend en drinkend. Brabant op z’n best.

 

Om het leven nog meer sjeu te geven, kreeg (of roofde, da’s niet helemaal duidelijk) Dirck een fraaie titel: Heer van de Nemelaer. Bossche gezelligheid had nu ook grandeur. En die is hier aan de Markt nooit meer weggegaan.

 

En toen moest Jheronimus Bosch nog geboren worden (zo’n beetje om de hoek). Ook hij heeft zich hier ongetwijfeld lekker laten inspireren. Zoals weer wat later de vrouw van Keizer Maximiliaan van Oostenrijk het zich hier goed heeft laten smaken. Om maar even wat namen te noemen.

 

In de eeuwen hierna kreeg het begrip gastvrijheid een iets andere invulling. De Hoofdwacht vestigde zich hier en bezorgde het plaatselijke boevengilde een warm welkom. Vervolgens deed deze plek nog even dienst als het gezelligste postkantoor van de wereld. Maar pas in 1896 begon de geest van Dirck weer terug te keren, toen het huis een café-restaurant werd. En de naam Central.

 

Niet veel later kwam geboren gastheer Johan Rademaker in beeld. Hij was het die in 1905 van Central een hotel maakte, in de beste bourgondische traditie. Hij legde de basis voor dé ontmoetingsplaats, dé huiskamer van ’s-Hertogenbosch. En voor dé hotelfamilie van deze stad. Met als meest illustere opvolger kleinzoon Tonny (A.J.), de onvermoeibare, de man die van het hotel een echt grand hotel maakte (van 27 ‘ruime en luchtige kamers’ naar 125  kamers volgens de modernste eisen) en tot zijn 91ste dagelijks actief bleef. En nu is het achterkleindochter Karin – de vierde generatie – die met veel verve laat zien wat gastvrijheid op z’n 2017s betekent.

 

Hier wil je zijn, als Bosschenaar én als bezoeker van deze prachtstad. Om te proeven van de sfeer. Van de gezelligheid met een touch van grandeur. Zoals Dirck het al graag zag. In het centrum van alle aandacht. Voor uzelf, voor elkaar, voor grandioos eten en drinken. Genietend. Zo zien we u dus het liefst. Bij Cé. In Hotel Central. Aan de Markt.